Brexit: gevolgen voor kmo’s, grote ondernemingen en investeerders in Europa

31/07/2017

Begin juli 2017 heeft de AFME een nieuw rapport uitgebracht met als titel ‘Bridging to Brexit: insights from European SMEs, Corporates and Investors – Assessing changes needed to the provision and use of wholesale banking and capital markets services’. Ze werkte daarvoor samen met Clifford Chance, de opdracht ging uit van The Boston Consulting Group. Doel van de studie: nagaan wat de impact van de brexit is op kmo’s, grote ondernemingen en investeerders.

Om dat te achterhalen werden 62 spelers uit de sector en 10 beroepsverenigingen bevraagd. Uit de studie blijkt dat vooral een ‘harde’ brexit een grote uitdaging zou vormen voor kmo’s, maar evengoed voor heel grote ondernemingen en investeerders. Zo’n harde brexit zou bovendien zwaar wegen op de groei van de reële economie.

Enkele vaststellingen uit het rapport:

  • Een harde brexit zou Europese ondernemingen schaden, omdat ze dan minder vlot toegang krijgen tot commerciële bankdiensten en geconfronteerd worden met hogere bijbehorende kosten. Het rapport wijst er verder op dat ook de huidige bankcapaciteit van de 27 lidstaten aangetast kan worden.
  • Via de studie kregen ondernemingen de kans om hun bezorgdheden te uiten over de directe gevolgen van een harde brexit op verschillende vlakken: handelsbelemmeringen, verkeer van werknemers, compliance, douanekosten, enz. Investeerders maken zich zorgen over de mogelijkheid om middelen aan te trekken en te verspreiden.
  • Kmo’s en grote ondernemingen stellen zich ook vragen bij de toegang tot krediet. Ze vrezen dat risicobeheer duurder zal worden. Investeerders zijn dan weer bezorgd over het feit dat er na de brexit een complexe oefening volgt waarbij alle bestaande contracten worden herzien (redocumenting).
  • Blijkbaar verwachten de betrokken partijen dat de banken als het gaat om wholesale banking de moeilijkheden zullen opvangen. Ze hopen namelijk dat hun bank een oplossing vindt voor de uitdagingen en dat ze alle kosten verbonden aan de brexit op zich neemt.
  • Na een harde brexit zou ongeveer 1,280 miljard euro aan bankactiva (leningen, waardepapieren en derivaten) overgedragen moeten worden van het Verenigd Koninkrijk naar de 27 EU-lidstaten, tenzij er een akkoord komt over alternatieve bepalingen.
  • Het rapport bevestigt nog eens dat de markt voor derivaten en waardepapieren sterk geconcentreerd is op Londen. Die markt zou dus danig verstoord kunnen raken.
  • Als euro-clearing verhuist van het Verenigd Koninkrijk naar het Europese vasteland, dan zal dat waarschijnlijk ook een impact hebben op de klanten van de banken.
  • Een harde brexit kan ook een invloed hebben op bankleningen. Volgens het rapport bestaat de kans dat Britse banken stoppen met leningen aan klanten in de 27 EU-landen.
  • De bankcapaciteit in haar geheel kan op peil worden gehouden als de banken die nu een Britse banklicentie hebben, filialen oprichten in rechtsgebieden binnen de 27 lidstaten. Dat zal echter een dure aangelegenheid zijn, want dat vereist extra kapitaal en operationele veranderingen.
  • Een harde brexit zou de kosten de hoogte in drijven en de toegang tot commerciële bankdiensten beperken. Het rapport geeft aan dat die dingen vooral kmo’s zouden treffen.
  • De bevraagde organisaties hebben voorstellen gedaan naar de beleidsmakers toe. Eentje daarvan is een overgangsperiode die gebruikers van commerciële bankdiensten en banken zelf de tijd geeft om zich aan te passen. De organisaties zijn ook vragende partij voor een overgangsperiode die mechanismen voor risico-overdracht mogelijk maakt.
  • Last but definitely not least: de organisaties hopen eigenlijk op een status quo. 80% van de ondervraagden hoopt immers dat de brexit helemaal niets ingrijpends zal veranderen aan hun toegang tot commerciële bankdiensten en aan de kosten die daarmee samenhangen.

U kan het rapport hier nalezen.

Meer over: