Wat wordt er verwacht van de klant van de onderneming (verzekerde)?

De vorderingen die een onderneming heeft op haar klanten, zijn maar één zijde van de medaille. Tegenover elke klantenvordering staat een leverancierskrediet, m.a.w. de klant van de onderneming krijgt een ‘krediet’ van de leverancier in de vorm van een toegestane betalingstermijn. Wanneer een kredietverzekeraar negatief reageert tegenover een klant van de onderneming wegens niet-betaling, zullen andere leveranciers van die klant kortere betalingstermijnen of zelfs contante betaling gaan bedingen.

Daardoor zal die klant meer behoefte hebben aan (meer) werkkapitaal en op zoek moeten gaan naar alternatieve, vaak duurdere financieringsbronnen, zoals bankkrediet op korte termijn of factoring. In dat opzicht speelt de kredietverzekeraar de rol van 'onzichtbare bankier'.

Voorbeeld

Bedrijf X heeft de volgende balans:

balans

De leveranciersschulden maken 25 % van de balans uit.

Bedrijf X leed een verlies van 1 miljoen EUR in boekjaar N-1. De afschrijvingen waren lager dan dit bedrag, waardoor het bedrijf gedurende zijn exploitatie kasmiddelen verloor. Indien dit in het volgende boekjaar N opnieuw gebeurt, verdwijnt het eigen vermogen.

Ook met de liquiditeiten van het bedrijf is er een probleem: de vastliggende activa (5.450.000 EUR) worden slechts gedeeltelijk (voor 3.500.000 EUR) gefinancierd door passiva die niet binnen het jaar vervallen (eigen vermogen en bankkredieten op lange termijn). De rest van de financiering wordt ingevuld door kortetermijnfinancieringen, waaronder de leveranciersschulden.

De kredietverzekeraars kunnen via hun klant-verzekerde (de leverancier van bedrijf X) een potentieel risico van 2.500.000 EUR nemen op bedrijf X. Omdat bedrijf X blijkbaar moeilijkheden heeft, is het belangrijk voor de kredietverzekeraar om de toestand op de voet te volgen. Om dit te kunnen doen heeft de verzekeraar informatie nodig die rechtstreeks van bedrijf X komt. De onderneming die verzekerd is bij de kredietverzekeraar, kan daarbij helpen door informatie te verstrekken over de balans, resultatenrekening en bestaande bancaire kredieten.

Als de kredietverzekeraar deze informatie niet krijgt, kan hij het risico niet goed opvolgen en op basis van onterechte conclusies de kredietlimieten reduceren of zelfs opzeggen. Dit kan tot gevolg hebben dat andere leveranciers van bedrijf X kortere betalingstermijnen of zelfs contante betaling gaan eisen voor hun leveringen. Concreet toegepast op bovenstaande balans:

  • De betalingstermijn wordt gehalveerd (bijv. van 60 naar 30 dagen) waardoor het leverancierskrediet daalt tot 1.250.000 EUR.
  • In het slechtste geval eisen de leveranciers contante betaling en verdwijnen de leveranciersschulden op de passiefzijde van de balans.

Bedrijf X moet noodgedwongen op zoek naar andere financieringsbronnen, indien het totaal van de activa niet wijzigt. Dit kan via een bank of een factoringmaatschappij, op basis van de uitstaande handelsvorderingen. Die financiering verkrijgen zal niet evident zijn voor het bedrijf gezien de moeilijkheden, en de financiering zal duurder zijn dan het leverancierskrediet dat in principe gratis is.

Veronderstel dat bedrijf X een kasfaciliteit krijgt van 2,5 miljoen EUR tegen een rente van 5 % op jaarbasis, dan betekent dat een bijkomende rentekost van 125.000 EUR.

Als er geen alternatief voor het leverancierskrediet wordt gevonden, komt het bedrijf in acute liquiditeitsproblemen. Het bedrijfskapitaal (voorraden, handelsvorderingen) en de daarmee verbonden exploitatiecyclus, kunnen niet meer worden gefinancierd. Een faling van bedrijf X is dan de enige uitweg.